Op grond van art. 7:641 lid 1 BW heeft een werknemer die bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog aanspraak op vakantie heeft, recht op een uitkering in geld ter hoogte van het loon over die openstaande dagen. Het standpunt van uw ex-werkgever dat u die dagen "had moeten opnemen" is juridisch niet houdbaar in uw situatie. Deze bepaling geldt zonder voorbehoud of uitzondering, en de werkgever kon u niet dwingen om aan het einde van de arbeidsovereenkomst de resterende vakantiedagen op te nemen op een voor u ongunstig tijdstip.
Het vervallen van wettelijke vakantiedagen (art. 7:640a BW) is alleen mogelijk als de werkgever u daadwerkelijk in staat heeft gesteld die dagen op te nemen. Wettelijke vakantiedagen mogen normaal gesproken niet worden uitbetaald, maar als een werknemer stopt met werken voordat de dagen zijn opgenomen, moeten die overgebleven dagen wel worden uitbetaald. Omdat u per direct op straat bent gezet, had u die kans simpelweg niet.
Stuur nu een aangetekende schriftelijke sommatie aan uw ex-werkgever, waarin u uitbetaling eist van alle 18 vakantiedagen op basis van art. 7:641 BW, met een betalingstermijn van 14 dagen. Vermeld expliciet dat u nooit de gelegenheid heeft gehad de dagen op te nemen vanwege het per direct ontslag. Bewaar alle e-mails en berichten van HR als bewijs. De aanspraak op uitbetaling van vakantiedagen bij einde dienstverband geldt als loon in de zin van art. 7:625 BW, wat betekent dat u ook aanspraak kunt maken op de wettelijke verhoging bij te late betaling. Reageert de werkgever niet, dan kunt u een procedure starten bij de kantonrechter.
Claim.Cafe stelt voor u een juridisch onderbouwde sommatiefbrief op - gebaseerd op art. 7:641 BW en gericht op uitbetaling van uw 18 openstaande vakantiedagen - voor een vaste prijs van 55 euro, klaar binnen 2 werkdagen.