Huurrecht
A
Anoniem
Gesteld op 12 juli 2026
Beantwoord 1 antwoord

Verhuurder dreigt contract te ontbinden vanwege logerende kleindochter - terecht?

Afgelopen week ontving ik een brief van mijn verhuurder met daarin de volgende zin: "Wij hebben vastgesteld dat u de woning structureel aan derden ter beschikking stelt, hetgeen op grond van artikel 8 van uw huurovereenkomst niet is toegestaan zonder onze schriftelijke toestemming." Daar stond ik van te kijken, want ik had niet verwacht dat dit zo zou worden uitgelegd.

Mijn kleindochter (22) verblijft bij mij sinds eind april van dit jaar. Zij studeert in de stad en had per ongeluk haar kamer in de studentenwoning kwijtgeraakt. Een tijdelijke oplossing, dachten wij. Ik huur dit appartement al sinds 2009, betaal netjes 714 euro per maand en heb nooit ook maar één dag huurachterstand gehad.

De verhuurder heeft het over "onderhuur of vergelijkbare constructies" en dreigt de ontbinding van het contract aan te vragen als ik voor 1 september 2026 geen schriftelijke verklaring geef dat zij vertrekt.

Is logeren bij familie nu echt hetzelfde als onderhuur? Ik ontvang geen vergoeding van haar, dat spreekt vanzelf. De dreigende toon van die brief voelt buiten proportie, maar misschien begrijp ik de huurwetgeving verkeerd.

3 keer bekeken

Wil je persoonlijk advies?

15 minuten telefonisch, geen verplichtingen. We bekijken samen wat jouw situatie vraagt.

1 Antwoord

Claim.Cafe Redactie
Claim.Cafe Redactie
Jurist
13 juli 2026

Het juridische verschil tussen inwoning en onderhuur is hier precies het punt dat telt - en dat is ook je sterkste verdedigingslijn. Reageer daarom eerst schriftelijk op de brief van de verhuurder, voordat er meer tijd verstrijkt.

Inwoning betekent dat je kleindochter bij jou inwoont terwijl jij zelf in de woning je hoofdverblijf hebt en houdt. Bij inwoning verhuurt een huurder een deel van de woning waar hijzelf zijn hoofdverblijf heeft, aan een ander eenpersoonshuishouden; dat huishouden woont dan onzelfstandig en is afhankelijk van de hoofdhuurder. Zolang jij gewoon in de woning woont en jouw kleindochter bij jou verblijft zonder dat zij de woning als zelfstandige huurder bewoont, is er een serieus argument dat de contractuele bepaling over het "aan derden ter beschikking stellen" niet of niet zonder meer van toepassing is.

Dat neemt niet weg dat partijen over onderverhuur afspraken kunnen hebben gemaakt in de huurovereenkomst, en als daarin een verbod is geformuleerd als algeheel verbod waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de wijze van gebruik, de duur of de doelgroep, er weinig ruimte voor twijfel is over de reikwijdte van dat verbod. Je moet dus goed lezen wat artikel 8 van jouw huurovereenkomst precies zegt.

Schrijf de verhuurder nu een korte brief met de feitelijke uitleg: jij woont er zelf, jouw kleindochter verblijft bij jou als inwonend familielid, en jij betwist dat dit valt onder het verbod op het ter beschikking stellen aan derden. Vraag de verhuurder om aan te geven op welk concreet gedrag de beschuldiging is gebaseerd. Zorg dat je kunt aantonen dat jij zelf je hoofdverblijf in de woning hebt - denk aan inschrijving bij de gemeente, bankafschriften, correspondentie op dat adres.

Het risico zit in het woordgebruik "structureel": als de verhuurder meent dat jij de woning feitelijk helemaal aan haar overlaat, terwijl jij zelf niet meer in de woning verblijft, kan de verhuurder stellen dat je als huurder tekortschiet in je verplichtingen en kan een rechter de huurovereenkomst op die grond ontbinden. Dat scenario moet je dus actief weerleggen.

Twijfel je over de exacte formulering van jouw reactie of wil je weten hoe sterk jouw positie echt is? Claim.Cafe biedt een gratis oriëntatiegesprek aan om samen te kijken welke aanpak het meest kansrijk is.