Je hebt in principe een goede basis voor bezwaar, maar de kans op succes hangt sterk af van hoe goed vergelijkbaar die twee verkochte woningen in jouw straat daadwerkelijk zijn met de jouwe.
Op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de WOZ-waarde bepaald op de prijs die een koper zou betalen bij een vrije verkoop in de huidige staat. Bij woningen past de gemeente daarvoor de vergelijkingsmethode toe: de waarde wordt afgeleid van gerealiseerde verkoopcijfers van vergelijkbare objecten die op of rond de waardepeildatum zijn gerealiseerd. De stijging op zichzelf - van 431.000 naar 487.000 euro - is juridisch geen bezwaargrond. Dat een WOZ-waarde vergeleken met eerdere jaren onevenredig is gestegen, maakt een waardevaststelling niet zonder meer onjuist.
Wat wél telt is het volgende: de bewijslast rust als eerste op de gemeente, die aannemelijk moet maken dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Jij kunt die positie versterken door te onderbouwen dat de door jou gevonden verkoopprijzen betrekking hebben op woningen die werkelijk vergelijkbaar zijn - qua type, grootte, perceel en ligging. Vergelijkingsobjecten hoeven niet identiek te zijn, maar ze moeten voldoende vergelijkbaar zijn en de gemeente moet bij de waardebepaling voldoende rekening hebben gehouden met de onderlinge verschillen.
Twijfel je over de aanpak? Claim.Cafe biedt een gratis oriëntatiegesprek om samen te bekijken welke route het meeste kans maakt.
De bezwaartermijn bedraagt zes weken na de dagtekening van de beschikking. Zit je nog binnen die termijn, dien dan nu een bezwaarschrift in - ook als je nog niet alles op een rij hebt. Je kunt dat later motiveren. Verzamel ondertussen de verkoopdata van die twee woningen in jouw straat en noteer de relevante verschillen en overeenkomsten met je eigen woning. Dat is je sterkste bewijs.