Na twaalf jaar hetzelfde huis gehuurd te hebben, heb ik op 3 mei 2026 de sleutels ingeleverd. Voorafgaand aan dat moment, op 17 april, heb ik samen met een medewerker van de verhuurder een voorinspectie gedaan. Dat ging vrij ordelijk. Er werden een paar puntjes genoteerd: wat verfwerk in de slaapkamer en een tegel in de badkamer die losligt. De verwachting was dat dit zou worden afgetrokken van mijn borg van 1.250 euro, en de medewerker sprak zelf over "een klein bedrag, misschien rond de honderd euro."
Op 19 mei ontving ik een gespecificeerde opgave van de verhuurder. Het totaal: 890 euro aan ingehouden borg. Naast de eerder genoemde punten stonden er ineens ook kosten op voor het schoonmaken van de cv-ketel, het vervangen van een binnendeur en iets wat omschreven werd als "algemene gebruiksschade keuken." Over die keuken is tijdens de voorinspectie geen woord gevallen.
Op 2 juni heb ik schriftelijk bezwaar gemaakt en gevraagd om een onderbouwing met offertes of facturen. Tot op heden, begin juli 2026, heb ik niets ontvangen.
Ik vraag me af hoe ik hier verder mee moet. Twaalf jaar huur op tijd betaald, nooit problemen gehad, en dan dit. Wat mij vooral steekt: de mondelinge toezegging tijdens de voorinspectie lijkt nu volledig van tafel. Heeft zo'n voorinspectie eigenlijk enige juridische waarde, of staat de eindoplevering volledig los daarvan?