WW na vaststellingsovereenkomst: voorwaarden en valkuilen
Ja, je kunt WW krijgen na een vaststellingsovereenkomst, maar alleen als het initiatief voor het ontslag bij je werkgever lag en je werkgever de wettelijke opzegtermijn heeft gerespecteerd. Teken je akkoord met een te korte opzegtermijn, dan schuift het UWV je uitkering op. Je hebt bovendien veertien dagen bedenktijd om alsnog van de overeenkomst af te zien.
Laatst gecontroleerd: augustus 2026. Juridische informatie kan veranderen — controleer altijd de actuele wetgeving op wetten.nl.
Wat zegt de wet?
Een vaststellingsovereenkomst (ook wel beëindigingsovereenkomst genoemd) is een afspraak tussen jou en je werkgever om je arbeidscontract te stoppen. Dat heet ontslag met wederzijds goedvinden. Voor je WW-uitkering gelden dan twee wettelijke aandachtspunten: verwijtbare werkloosheid en de zogeheten benadelingshandeling.
Het eerste punt staat in artikel 24 van de Werkloosheidswet (WW). Deze wet legt je de plicht op om te voorkomen dat je verwijtbaar werkloos wordt. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep impliceert een vaststellingsovereenkomst de aanwezigheid van een ontslagverzoek. Dat klinkt technisch, maar het komt hierop neer: sluit jij zelf een vaststellingsovereenkomst terwijl er geen enkele dreiging van ontslag was, dan kan het UWV dit zien als een eigen keuze om te vertrekken. Zo oordeelde de rechter in een zaak waarin de keuze van werkneemster om de vaststellingsovereenkomst te sluiten niet anders kon worden gezien dan als een vrijwillige keuze om het dienstverband te beëindigen, met als gevolg dat de WW-uitkering blijvend geheel werd geweigerd.
Wordt je toch verwijtbaar werkloos geacht? Dan bepaalt artikel 27 van de WW dat het UWV de uitkering blijvend geheel weigert, tenzij jou dit niet in overwegende mate kan worden verweten.
Het tweede punt is de benadelingshandeling uit artikel 24, vijfde lid, WW. Deze bepaling houdt in dat je moet voorkomen dat je het WW-fonds onnodig belast. Concreet betekent dit dat van de werknemer die beslissingen moet nemen over de beëindiging van de dienstbetrekking, mag worden verwacht dat hij rekening houdt met de gevolgen voor zijn WW-aanspraken en ernaar streeft die zoveel mogelijk te beperken. In de praktijk gaat dit vrijwel altijd over de opzegtermijn: neemt jouw vaststellingsovereenkomst een kortere termijn in acht dan wettelijk geldt, dan schuift het UWV de start van je uitkering op tot de datum waarop je contract volgens de wet eigenlijk had moeten eindigen.
Verder heb je op grond van artikel 7:670b van het Burgerlijk Wetboek (BW) een wettelijke bedenktermijn. Als de arbeidsovereenkomst door middel van een schriftelijke overeenkomst wordt beëindigd, heeft de werknemer het recht om deze overeenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, door een schriftelijke verklaring te ontbinden. Vermeldt je werkgever dit recht niet in de overeenkomst, dan geldt geen veertien dagen maar drie weken. Deze termijn is dwingend recht: je werkgever kan hier niet omheen contracteren.
Wanneer geldt dit voor jou?
Of je daadwerkelijk WW krijgt na een vaststellingsovereenkomst, hangt af van een aantal concrete voorwaarden.
Het initiatief moet bij je werkgever liggen. Staat er in de overeenkomst dat jij zelf ontslag hebt genomen of dat het voorstel van jou kwam, dan loop je risico op verwijtbare werkloosheid. Het is daarom belangrijk dat de overeenkomst duidelijk vermeldt dat het initiatief bij de werkgever lag en dat er geen sprake is van een dringende reden die aan jou te wijten is.
De opzegtermijn moet kloppen. Je werkgever moet de wettelijke of contractuele opzegtermijn respecteren, ook bij een vaststellingsovereenkomst. Een rechtbank oordeelde eens dat een werkneemster een benadelingshandeling had gepleegd omdat de opzegtermijn op grond van artikel 7:672, tweede lid, onder b, BW twee maanden bedroeg, terwijl zij niet had verzocht om inachtneming van die opzegtermijn. Het gevolg: haar WW-uitkering werd pas later uitbetaald. Staat er in jouw vaststellingsovereenkomst een kortere termijn dan wettelijk voorgeschreven, dan is dat dus geen automatisch probleem voor de geldigheid van de overeenkomst, maar het kán wel je WW-uitkering vertragen tot de datum waarop je bij de juiste opzegtermijn uit dienst zou zijn gegaan.
Je moet aan de wekeneis voldoen. Los van de manier van beëindiging geldt altijd de algemene toegangseis voor de WW. Je voldoet aan de wekeneis als je 26 weken hebt gewerkt in een periode van 36 weken voor de week van je werkloosheid. Voldoe je hieraan, dan krijg je minimaal 3 maanden een WW-uitkering.
Je bent niet ziek op het moment van tekenen. Teken je de vaststellingsovereenkomst terwijl je (bijna) arbeidsongeschikt bent, dan loop je het risico dat je later niet aan de re-integratie- of sollicitatieplicht kunt voldoen, wat je WW-recht in gevaar brengt.
Een concreet voorbeeld: stel, je werkgever wil reorganiseren en biedt jou een vaststellingsovereenkomst aan met daarin de juiste opzegtermijn van bijvoorbeeld twee maanden, en het staat er duidelijk in dat het initiatief bij de werkgever ligt. In dat geval is de kans groot dat je na afloop van de opzegtermijn gewoon WW krijgt, mits je ook aan de wekeneis voldoet.
Stappenplan — wat kun je nu doen?
- Controleer of in de vaststellingsovereenkomst staat dat het initiatief voor het ontslag bij je werkgever ligt, niet bij jou.
- Check de opzegtermijn: staat de wettelijke of contractuele opzegtermijn in de overeenkomst verwerkt in de einddatum? Zo niet, vraag je werkgever dit aan te passen of vraag om een vergoeding ter hoogte van de gemiste periode.
- Onderteken niets voordat je de overeenkomst hebt laten checken door het Juridisch Loket, een vakbond, je rechtsbijstandsverzekeraar of een arbeidsrechtjurist.
- Weet dat je na ondertekening veertien dagen bedenktijd hebt (drie weken als dit recht niet in de overeenkomst staat) om je alsnog schriftelijk terug te trekken.
- Vraag op tijd, bij voorkeur ruim vóór de laatste werkdag, een WW-uitkering aan bij het UWV.
- Ga na of je aan de wekeneis voldoet: minimaal 26 van de 36 weken voor je werkloosheid gewerkt.
- Ben je het niet eens met een beslissing van het UWV? Maak dan binnen zes weken bezwaar.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat een vaststellingsovereenkomst automatisch recht geeft op WW, ongeacht wie het initiatief nam.
- Akkoord gaan met een kortere opzegtermijn dan wettelijk geldt, zonder te beseffen dat dit je WW-uitkering vertraagt.
- Vergeten dat je veertien dagen bedenktijd hebt en te snel definitief akkoord geven.
- Een vaststellingsovereenkomst tekenen terwijl je (bijna) ziek bent, zonder de gevolgen voor je WW-recht te overzien.
- Zelf het ontslagvoorstel doen of erom vragen, waardoor het lijkt alsof jij het initiatief nam.
Veelgestelde vragen
Krijg ik altijd WW na een vaststellingsovereenkomst?
Nee. Je krijgt alleen WW als het initiatief voor het ontslag bij je werkgever lag, je werkgever de juiste opzegtermijn heeft gerespecteerd en je aan de algemene voorwaarden voldoet, zoals de wekeneis.
Wat gebeurt er als de opzegtermijn in mijn vaststellingsovereenkomst te kort is?
Dan spreekt de wet van een benadelingshandeling. Het UWV betaalt je WW-uitkering dan pas uit vanaf de datum waarop je contract met de juiste opzegtermijn zou zijn geëindigd, niet vanaf de eerder afgesproken einddatum.
Hoeveel bedenktijd heb ik na het tekenen van een vaststellingsovereenkomst?
Je hebt veertien dagen de tijd om zonder opgaaf van redenen schriftelijk terug te komen op je akkoord. Heeft je werkgever dit recht niet in de overeenkomst vermeld, dan geldt een termijn van drie weken.
Wat als ik zelf om de vaststellingsovereenkomst heb gevraagd?
Dan loop je het risico dat het UWV je werkloosheid als verwijtbaar aanmerkt, met als gevolg dat je uitkering blijvend geheel wordt geweigerd, tenzij dit jou niet in overwegende mate kan worden verweten.
Waar vraag ik mijn WW-uitkering aan en waar kan ik bezwaar maken?
Je vraagt je WW-uitkering aan bij het UWV. Ben je het niet eens met de beslissing, dan maak je binnen zes weken bezwaar bij het UWV. Blijft het geschil bestaan, dan kun je in beroep bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Relevante wetsartikelen
- Artikel 24 Werkloosheidswet (WW)
- Artikel 27 Werkloosheidswet (WW)
- Artikel 7:670b Burgerlijk Wetboek (BW)
- Artikel 7:672 Burgerlijk Wetboek (BW)
Gerelateerde onderwerpen op Claim.Cafe
- Wat is een benadelingshandeling bij de WW?
- Vaststellingsovereenkomst laten checken: waar moet je op letten?
- Bedenktermijn vaststellingsovereenkomst: hoe werkt het?
Heb jij een specifieke situatie? Stel je vraag gratis op Claim.Cafe en krijg antwoord van een echte jurist.